11 oktober 2009 – Na een jaar afwezigheid had ik me dit jaar weer ingeschreven voor de Bart Brentjens Challenge in het Limburgse Eijsden. Van de editie van 2 jaar geleden kan ik me vooral de opstoppingen nog herinneren. Tegenwoordig kunnen de 100 km toertocht rijders meteen na de wedstrijdrijders starten, als je dan vooraan staat heb je geen last van opstoppingen. Erwin en ik stonden dan ook al om kwart over 9 in het startvak te wachten. Daar kwamen we weer een aantal bekenden tegen: John en Stephan die we nog kennen van de Cape Epic, een aantal jongens van MC Oss en ook Marco, met wie ik mee naar Duensberg ben geweest.
Om kwart over 10 mochten we eindelijk vertrekken, de wedstrijdrijders waren toen al een kwartier onderweg. Op de eerste strook onverhard zag ik de bui al hangen. Ik gleed alle kanten op met de Black Panthers. Door de regen van de afgelopen dagen was het parcours op sommige plekken behoorlijk nat. Vanaf het begin ben ik begonnen met gas geven, toch moest ik Erwin na ongeveer 15 km laten gaan. De eerste korte beklimmingen hadden we toen al achter de rug. Vanwege het relatief lichte parcours en de goede bevoorrading had ik de Camelbak thuis gelaten. Bij iedere bevoorrading moest dan ook even kort gestopt worden om die bidons bij te vullen.
Ondanks dat de gels niet goed vielen, bleef het tempo er goed in zitten. Vooral m’n maag voelde niet helemaal lekker, ik had een hele vieze smaak in m’n mond en moest een paar keer bijna overgeven. De meeste klimmen waren niet lang en dan ben je ook snel boven. Ook de afdalingen waren kort, maar leuk. Niet heel technisch, lekker zo hard mogelijk naar beneden. Dit was echt peanuts vergeleken met de gemiddelde Ardennen marathon. Door het vlakke parcours lag het tempo hoog, na ongeveer 1,5 uur zat ik al midden tussen de wedstrijdrijders.
Na 75 km kreeg ik de aansluiting weer bij Erwin, hij zat blijkbaar even in een dip. Meteen van geprofiteerd en kon zo weer een minuutje op hem pakken. Ik had echt niet meer verwacht dat hij weer bij me zou komen. Samen ging we de laatste 10 kilometer in. Ruim 100 meter voor ons zagen we Jorrit van den Heuvel nog rijden, zou het nog lukken om hem nog voorbij te gaan? Als hij net zo’n inzinking zou krijgen als met de Zierenberg marathon, dan zou het ons wel lukken. Jorrit ging echter sterk door en wist ons voor te blijven. De laatste 10 kilometer kenmerkten zich door een flinke regenbui en een stuk door het water. Al die kou was een enorme aanslag op de spieren, het viel niet mee om jezelf warm te fietsen. De afdalingen waren gelukkig niet bijzonder moeilijk, in het voorgaande uur was de remdruk van de achterrem steeds verder weggevallen. Uiteindelijk moest ik zonder achterrem naar beneden.
Eijsden kwam in zicht en we roken de stal. Erwin zette nog eens goed aan. De laatste kilometers zijn we niet meer onder de 35 kph geweest. Erwin kon er op het laatst nog een sprintje uit persen, ik zat er helemaal doorheen. Wat voelde ik me beroerd, wat was ik diep gegaan. De hele terugweg heb ik me misselijk gevoeld. Zelfs een side salad van de MacDonalds was al teveel.
Het afzien was niet voor niets. De 103 km werden afgelegd in 4 uur 53 minuten en 58 seconden (21,0 kph gemiddeld). In de oorspronkelijk uitslag was ik 50e van de ruim 750 deelnemers aan de 100 km. Ook bij de wedstrijdrijders hadden we geen slecht figuur geslagen, met deze tijd waren we ergens in het middenveld beland. Maar de tijd waarmee Bart Brentjens Nederlands Kampioen werd, was toch iets teveel van het goede: 3 uur 34 minuten en 31 seconden (28,8 km/u gemiddeld)!
Volgend jaar weer, hopelijk als deelnemer aan de wedstrijd.