• 14Jun
    Categorie: Marathons Reacties: 0

    Na een lekkere Ardennen Trophy, begon afgelopen week langzaam de zin te komen voor de Raid des Hautes Fagnes in Malmedy. De weersverwachtingen waren goed en de verwachting was dat het parcours er goed bij zou liggen. Prima omstandigheden voor 115 km mountainbiken.

    Na een korte nachtrust zaten Erwin en ik om half 7 in de auto richting Malmedy. Ik had moeite mijn ontbijt weg te krijgen en voelde me niet allerbest. Toch het startnummer opgehaald en gereedgemaakt voor de strart. In de startklim kreeg ik het vertrouwen terug in een goede uitslag. Klimmen ging lekker: ik kon een goed tempo aanhouden, terwijl de hartslag netjes onder omslagpunt bleef.

    Vanaf het begin fietste ik samen Bennie Welte op. Ik klom gemakkelijker, maar in de afdalingen moest ik hem steeds laten gaan. De zware regenbui die aan het einde van de zaterdag gevallen was, had het parcours behoorlijk modderig gemaakt. De te ver versleten Black Panther XTrac om de voorvelg zorgde ervoor dat ik op modderige stukken passagier was op mijn eigen fiets.

    Op de technische stukken voor de eerste bevoorrading ging het een paar keer bijna mis. Ik schoof ongecontroleerd richting geulen, boomstronken en stenen. Ging er ook nog een keer bij liggen, waardoor het bergaf ging met mijn zelfvertrouwen. Ik reed al slecht en het werd er niet beter op.

    Op de splitsing voor de 65 km vond ik het mooi geweest. Ik had vandaag geen zin om mijn nek te breken. Zeker niet met de Transalp in het vooruitzicht. Over de weg ben ik teruggefietst naar Malmedy en daar heb ik lekker in het zonnetje zitten wachten op de helden die de RDHF wel tot een goed einde brachten.

    Binnenkort terug naar de Ardennen om mijn zelfvertrouwen een boost te geven.

  • 25Mei
    Categorie: Marathons Reacties: 0

    Gisteren (maandag 25 mei 2010) de Ardennen Trophy gereden in La Reid/Theux: 90 km en 2400 hoogtemeters, altijd garantie voor afzien. Het motto van de organisatie is: “een aanslag op de kuiten met een schittering in de ogen,” dat is werkelijk niets teveel gezegd. Super weer, super marathon, super doorgebeten. Ik had niet vooringeschreven en stond dus zowat achteraan met ruim 700 kwispelende puppies voor me bij de start. Hard van start gegaan en in de startklim meteen al een kwart van het veld achter me gelaten. Kwam meteen lekker in een ritme en in het eerste uur amper onder het omslagpunt gereden, met de klimmen kon ik flink in het rood gaan.

    Parcours was weer lekker selectief, veel klimmen, lekkere afdalingen. Behoorlijk technisch, maar ik kon ze met veel vertrouwen nemen. Wel enorm veel stenen en gestuiter. Onderweg nog een keer in de pikkers gelegen en paar ‘momentjes’ meegemaakt in snelle afdalingen.

    Na het eerste uur kon ik lekker doorgaan. Echt zo’n dag dat je denkt dat je niet kapot kan, ondanks dat het af en toe flink pijn deed. Kon flink aanzetten bergop, bijna boven zwaarder schakelen en boven meteen vol doortrekken. Was dan ook supergemotiveerd om er vol voor te gaan, verslapte oog geen moment. In het tweede, derde en vierde uur ging het ook nog steeds lekker, had hartslag ondertussen iets laten zakken. Klimmen nog steeds allemaal boven omslagpunt en vlakke stukken een slag of 5-10 eronder. Ging zo goed dat de klim bij het kasteel van Franchimont een stuk minder steil was, dan ik me van andere jaren kon herinneren. Hoe lang kon het zo goed blijven gaan? Dit zijn goede testen om te kijken hoe lang de beentjes en de kop meegaan.

    Na ca 70 km lag de 18de klim van de dag. Bijna boven schoot de kramp in m’n linker bovenbeen (Quadriceps). Kon nog net fietsend boven komen, auw! Een stuk soepel getrapt en een beetje gerekt op de fiets. Op het vlakke ging het vervolgens wel weer lekker, maar de laatste 2 klimmen zat ik constant tegen de kramp. Laatste 20 km daardoor wat langzamer moeten rijden.

    Kwam na 5u26 minuten als 177ste over de streep (van de 750 starters). Omdat ik de laatste 20 km relatief rustig aan heb moeten doen, was ik niet eens zo naar de kloten. Conditioneel zit het dus prima. Was vooral verbaasd dat ik het zo lang vol hield op die intensiteit. Nu vooral werken aan klimvermogen en wedstrijdhardheid. Komt helemaal goed voor de Trans Alp. 13 juni staat de volgende zware marathon op de agenda: de Raid des Hautes Fagnes in Malmedy. Misschien rijden we daarvoor nog wel een bergrace.

    Wat kan mountainbiken toch mooi zijn!

    Tags: ,
  • 09Nov
    Categorie: Marathons Reacties: 5

    Zondag 1 november – Waar ben ik aan begonnen? Zondagochtend om half 8 staan we op het strand bij Hoek van Holland. Klaar voor de start voor de strandrace van Hoek van Holland naar Den Helder, een afstand van maar liefst 135 km. Mijn voorbereiding bestond hoofdzakelijk uit het monteren van echte strandbanden: 2,35 brede ballonbanden zonder noppen. Om het oppervlak verder te vergroten rij ik de banden op een druk van 1,2 bar voor en 1,4 bar achter. Om een idee te krijgenvan de strandrace zie je hier alvast een filmpje van Hoek van Holland – Den Helder in 2008

    Om 8 uur klinkt het startschot en zijn we weg. Mij is verteld dat je er meteen goed bij moet zitten anders is het een gelopen race. Meteen gas erop, de hartslag gaat dik over het omslagpunt en de snelheid gaat richting de 40 kph. Totdat het eerste stuk los zand zich aan dient. Wat een ellende, er is bijna geen doorkomen aan. Na een stukje lopen kunnen we de vloedlijn weer opzoeken. Daar gaat het tempo weer omhoog. Na 6 km volgt de eerste grote hindernis: bij Terheijde moeten we 700 meter door de duinen lopen. Dat lijkt nog het meeste op hardlopen met fiets op een grote berg geel zand.

    Na een uur fietsen hebben we Scheveningen en de haven waar we omheen moeten, al achter ons gelaten. Ik begin er echt plezier in te krijgen, het vinden van de juiste sporen gaat me best goed af. Nu wordt het tijd om gas terug te nemen, het voorbije uur heb ik bijna constant op of boven het omslagpunt gezeten. Dit kan ik niet nog 3,5 uur volhouden. Ik kom in een goed groepje terecht en het kopwerk wordt af en toe afgewisseld.

    Toch kan het harder en ik spring weg uit het groepje. Het lukt en ik rij vrij gemakkelijk naar de groep voor me toe. Even herstellen en daarna meedraaien in de waaier. Heerlijk! Een blik over de schouder leert dat het vorige groepje steeds verder uit het zicht verdwijnt.

    Na Noordwijk aan Zee gaat het richting Zandvoort. De tijd vliegt nog steeds en de benen voelen goed. De groep waar we in zitten rijdt erg wispelturig. Een aantal jongens weigeren kopwerk te doen en het tempo varieert enorm. Ik besluit een gaatje te trekken in de hoop iemand mee te krijgen. Mijn medevluchter vraagt naar de staat van de beentjes en ik geef aan dat die nog goed aanvoelen. Voor hem het teken om een tandje zwaarder te schakelen. Na Zandvoort maakt de kustlijn een flauwe bocht naar links en we krijgen windkracht 4 vol in de rug. We doen om de beurt kopwerk en met 40 kph gaat het richting IJmuiden. Kilometers strand vliegen onder ons voorbij!

    In IJmuiden is de eerste verzorgingspost. Daarna moeten we over de sluizen en om de Hoogovens heen. Het parcours gaat een behoorlijk stuk landinwaarts richting Beverwijk en we moeten vol tegen de wind in beuken. Hier zijn we met ons tweeën in het nadeel en de wispelturige groep komt weer bij. Ik klamp aan en probeer het tempo te volgen. Jammergenoeg moet ik ze laten gaan en ik sta er alleen voor. Ondertussen snak ik naar het moment dat we weer zand onder de wielen krijgen. Bij het op gaan van het strand is de groep verder uit elkaar geslagen en ik krijg weer aansluiting bij de mensen die hebben moeten lossen. De opkomende vermoeidheid begon bij iedereen zijn tol te eisen.

    Samen met startnummer 396, Edwin van der Scheer, ga ik het laatste deel van de wedstrijd in. Ik ben iets sterker, waardoor ik wat meer kopwerk verricht, maar het tempo is prima. Hij kent de weg en zijn opmerking dat we al ruim over de helft zijn doet me goed. We komen voorbij Egmond aan Zee en ook Bergen aan Zee laten we achter ons. Petten en de Hondsbossche Zeewering komen in zicht. Voordat we op de zeewering komen, moeten we nog een hindernis nemen: het losse zand van de strandopgang bij Petten. Daar is ook de laatste bevoorrading, waar ik nog snel m’n bidon bijvul. Het asfalt op de zeewering is niet zo strak als ik verwacht had, maar voor we het weten draaien we het strand weer op voor het laatste stuk richting Den Helder.

    © Vincent Helder

    © Vincent Helder

    Bennie Welte wist voor de start al te vertellen dat het strand tussen Petten en Den Helder wat zwaarder liep. Of het de vermoeidheid, de gedachten aan een zwaar stuk of dat het ook werkelijk zwaarder was weet ik niet, maar het voelde in ieder geval zwaar aan. Nu begon bij mij de vermoeidheid echt te tellen, de hartslag daalde en de benen begonnen pijn te doen. De vele golfbrekers brachten je iedere keer uit je ritme en ik begon ontzettend veel last te krijgen van m’n kont. Dat stilzitten ben ik niet gewend! Strandrace heeft weinig met ‘echt’ mountainbiken en lijkt meer op wielrennen. Ik vraag me dan ook af wat wielrenners doen om hun zitvlak te ontzien als ze zo lang in het zadel zitten.

    Ik probeer me opnieuw te motiveren voor de laatste loodjes. M’n hartslag gaat weer omhoog en wonderwel kom ik weer in een goed ritme. Edwin laat ik achter me en ook andere deelnemers komen weer dichterbij. Waaronder ook een paar mensen uit de ‘wispelturige’ groep die er compleet doorheen zaten. Het strand wordt weer beter en de snelheid komt terug. Het laatste opstakel is de strandopgang bij Den Helder, weer 100 meter los zand. De kuiten en de bovenbenen branden door het lopen. Bovenaan draaien we een fietspad op en de laatste paar kilometer gaan weer voluit. Ik draai alleen het sportpark van een plaatselijke voetbalvereniging op en finish als 117e in een tijd van 4:33:48. Mijn gemiddelde was bijna 30 kph. Daarmee finish ik net binnen het uur van de winnaar Ramses Bekkenk.

    Bennie komt een kleine 6 minuten later als 140ste over de streep. Op Erwin is het wat langer wachten, hij finisht ruim een kwartier later als 195ste.

    Voor herhaling vatbaar? Zeg nooit nooit!

    Volledige uitslag

    Tags:
  • 29Okt
    Categorie: Marathons Reacties: 2

    11 oktober 2009 – Na een jaar afwezigheid had ik me dit jaar weer ingeschreven voor de Bart Brentjens Challenge in het Limburgse Eijsden. Van de editie van 2 jaar geleden kan ik me vooral de opstoppingen nog herinneren. Tegenwoordig kunnen de 100 km toertocht rijders meteen na de wedstrijdrijders starten, als je dan vooraan staat heb je geen last van opstoppingen. Erwin en ik stonden dan ook al om kwart over 9 in het startvak te wachten. Daar kwamen we weer een aantal bekenden tegen: John en Stephan die we nog kennen van de Cape Epic, een aantal jongens van MC Oss en ook Marco, met wie ik mee naar Duensberg ben geweest.

    Om kwart over 10 mochten we eindelijk vertrekken, de wedstrijdrijders waren toen al een kwartier onderweg. Op de eerste strook onverhard zag ik de bui al hangen. Ik gleed alle kanten op met de Black Panthers. Door de regen van de afgelopen dagen was het parcours op sommige plekken behoorlijk nat. Vanaf het begin ben ik begonnen met gas geven, toch moest ik Erwin na ongeveer 15 km laten gaan. De eerste korte beklimmingen hadden we toen al achter de rug. Vanwege het relatief lichte parcours en de goede bevoorrading had ik de Camelbak thuis gelaten. Bij iedere bevoorrading moest dan ook even kort gestopt worden om die bidons bij te vullen.

    Ondanks dat de gels niet goed vielen, bleef het tempo er goed in zitten. Vooral m’n maag voelde niet helemaal lekker, ik had een hele vieze smaak in m’n mond en moest een paar keer bijna overgeven.  De meeste klimmen waren niet lang en dan ben je ook snel boven. Ook de afdalingen waren kort, maar leuk. Niet heel technisch, lekker zo hard mogelijk naar beneden. Dit was echt peanuts vergeleken met de gemiddelde Ardennen marathon. Door het vlakke parcours lag het tempo hoog, na ongeveer 1,5 uur zat ik al midden tussen de wedstrijdrijders.

    Na 75 km kreeg ik de aansluiting weer bij Erwin, hij zat blijkbaar even in een dip. Meteen van geprofiteerd en kon zo weer een minuutje op hem pakken. Ik had echt niet meer verwacht dat hij weer bij me zou komen. Samen ging we de laatste 10 kilometer in. Ruim 100 meter voor ons zagen we Jorrit van den Heuvel nog rijden, zou het nog lukken om hem nog voorbij te gaan? Als hij net zo’n inzinking zou krijgen als met de Zierenberg marathon, dan zou het ons wel lukken. Jorrit ging echter sterk door en wist ons voor te blijven. De laatste 10 kilometer kenmerkten zich door een flinke regenbui en een stuk door het water. Al die kou was een enorme aanslag op de spieren, het viel niet mee om jezelf warm te fietsen. De afdalingen waren gelukkig niet bijzonder moeilijk, in het voorgaande uur was de remdruk van de achterrem steeds verder weggevallen. Uiteindelijk moest ik zonder achterrem naar beneden.

    Eijsden kwam in zicht en we roken de stal. Erwin zette nog eens goed aan. De laatste kilometers zijn we niet meer onder de 35 kph geweest. Erwin kon er op het laatst nog een sprintje uit persen, ik zat er helemaal doorheen. Wat voelde ik me beroerd, wat was ik diep gegaan. De hele terugweg heb ik me misselijk gevoeld. Zelfs een side salad van de MacDonalds was al teveel.

    Het afzien was niet voor niets. De 103 km werden afgelegd in 4 uur 53 minuten en 58 seconden (21,0 kph gemiddeld). In de oorspronkelijk uitslag was ik 50e van de ruim 750 deelnemers aan de 100 km. Ook bij de wedstrijdrijders hadden we geen slecht figuur geslagen, met deze tijd waren we ergens in het middenveld beland. Maar de tijd waarmee Bart Brentjens Nederlands Kampioen werd, was toch iets teveel van het goede: 3 uur 34 minuten en 31 seconden (28,8 km/u gemiddeld)!

    Volgend jaar weer, hopelijk als deelnemer aan de wedstrijd.

    Tags:
  • 30Sep
    Categorie: Marathons Reacties: 0

    6 september 2009 – De laatste marathon RWP Marathoncup werd verreden in Biebertal (Sauerland). Er was een 55 km lange ronde uitgezet op en rond de Dünsberg. Wij, de deelnemers aan de hele marathon, moesten de ronde twee keer afleggen.

    Deze keer ben ik samen met Marco van den Helm naar deze marathon gegaan. Vanwege de afstand naar Biebertal, ruim 300 km, zijn we op zaterdagavond al vertrokken. Zo kun je genieten van een goede nachtrust en je kunt de avond van te voren ook je stuurbordje al ophalen. Scheelt weer wat gestress.

    We wisten van te voren niet echt wat we moesten verwachten. Het was bekend dat de route 110 km lang is en 2800 hm telt. Daarmee op papier al een stuk zwaarder dan de Zierenberg Marathon. Ook technisch zou de marathon wat uitdagender zijn, er moest oa. een spectaculaire afdaling bedwongen worden.

    De eerste kilometers na de start gingen voornamelijk over asfalt en brede paden. Een van de eerste onverharde stukken was een zwaarlopend, modderig stuk singletrack. Het was daar behoorlijk glibberig. Al snel begonnen we aan de lange beklimming van de Dünsberg, via schötterpaden en waldwegen. Tijdens de beklimming kwamen we al langs de voet van de steile afdaling. Daar stonden al veel mensen te wachten op de eerste rijders. Het leek wel of je tegen een muur aan keek, zo steil als het was.

    Na nog wat verder klimmen en daar stonden dan de mensen die waarschuwden voor de afdaling der afdalingen. Wat mochten we verwachten? Zand, boomwortels en in paar verraderlijke drops. 80 meter naar beneden met 40% gemiddeld. Ik kwam fietsend maar met knikkende knieën beneden. Dat was toch wel heftig. Beneden wachtte er een applaus voor degenen die op de fiets naar beneden kwamen. De rest van de ronde kenmerkte zich door snelle schötter afdalingen en snelle goedlopende single track afdalingen. Dit was echt Genieten.

    Natuurlijk moest er ook nog regelmatig geklommen worden. Ondertussen waren de Camelbak en de bidons leeg, dus moest er bijgevuld worden bij de doorkomst voor de tweede ronde. De iso-sportdrank die verstrekt werd was met koolzuur, dat werkt dus echt niet voor mij.

    Ik kon lekker door blijven fietsen en ik kon aan het inhalen van de mensen die iets te hard van start waren gegaan beginnen. Dit keer ging ik wat geruster de steile afdaling in. Echter op het einde was het nog even hachelijk omdat mijn rechter voet uit het pedaal schoot. Nu knikten de knieën weer. Gelukkig toch heelhuids beneden gekomen.

    De laatste 20 kilometer moesten weer vanuit de tenen komen. Het was een gevecht tegen mezelf, maar ik wilde nog een goede score behalen voor de RWP cup. Het was nu niet ver meer en met een laatste krachtsinspanning bereikte ik de finish. De tijd van 6:11:58 was goed voor een 42ste plaats en 811 punten voor de RWP marathoncup. Net als in Zierenberg weer boven de 800 punten.

    In het algemeen klassement van de RWP marathoncup ben ik dit jaar 79ste geworden met 2353 punten. Enigszins teleurstellend, omdat ik vorig jaar 55ste was met 2356 punten. Een klein verschil in punten, maar een groot verschil op de ranglijst.

    Tags: